Zo gaat vanmiddag het RIVM met de cijfers aan de haal

Leestijd: 10 minuten

Aanpassing 3 minuten geleden door Jacob KlapUit de gunstige ontwikkeling van de cijfers sinds begin januari valt de voorspelde snelle opkomst van de Britse mutant totaal niet af te leiden. Toch blijft het RIVM week na week wijzen op de grote stijgingen die zullen ontstaan. Wekelijks is dat voor het RIVM moeilijker vol te houden. Maar door met slechte cijfers en modellen te werken en die eenzijdig te interpreteren, zal men ook vandaag het beeld schetsen van de dreiging van de Britse variant en hoe goed de maatregelen werken.

Ook zal men gaan wijzen op afname van de testbereidheid van de Nederlanders. Aan het feit dat ondertussen in België de cijfers net zo verlopen als in Nederland, met aldaar minder strenge maatregelen, wordt gemakshalve voorbijgegaan. Ook zal het RIVM blijven doorgaan met de berekening van de reproductiefactor op basis van aantal positieve testen, waarbij de terughoudendheid om te testen na het bekend worden van het GGD-datalek, door het RIVM niet benoemd zal worden en misbruikt om ons het verkeerde beeld voor te houden.

Om u en de media voor te bereiden op die eenzijdige manier van interpretatie en presentatie, leg ik hieronder uit hoe ze dat gaan doen. Zodat u zin en onzin van elkaar kunt scheiden.

 

Het probleem van de Britse mutant

Vanmiddag komt het nieuwe weekrapport van het RIVM uit. Herhaaldelijk heb ik aangegeven hoe eenzijdig het RIVM telkens de cijfers presenteert en interpreteert. Maar vandaag wordt het de dag van de waarheid. Wat het RIVM de laatste weken heeft gedaan met de becijfering rondom de verspreiding van de Britse variant (en het aankondigen van een enorme derde golf), past namelijk helemaal niet meer bij de continue gestage daling sinds begin januari van het aantal besmettingen in Nederland.

Er kunnen twee dingen gebeuren:

  1. Of het RIVM moet erkennen dat ze bij de bepaling van de snelheid van de verspreiding van het virus fouten hebben gemaakt en bij de prognoses veel te somber waren.
  2. Of het RIVM moet met cijfers en argumenten komen, die maskeren hoe fout ze in januari zaten.

Gezien het patroon uit het verleden, en de problemen die er zijn met de data, denk ik dat ze de tweede uitweg kiezen.

Om u en de media daartegen te wapenen, zal ik uitleggen wat het probleem van het RIVM is en hoe ze dat vanmiddag zullen gaan oplossen.

In dit stuk van afgelopen zondag heb ik al uitgelegd wat de kern van het probleem is van het RIVM. Het onderzoek naar de feitelijke verspreiding van de Britse mutant overschatte de mate van verspreiding in januari in sterke mate. Mede daardoor werd in het prognosemodel die mate van verspreiding ook sterk overschat. Er werd een derde golf aangekondigd in maart, die groter zou zijn dan die in maart/april 2020. Vorige week werd nog gesteld dat de storm nog zou komen. 

Die Britse variant zou 40% besmettelijker zijn dan de andere varianten, die in Nederland aanwezig zijn. Dit was de grafiek die afgelopen dinsdag bij het persbericht werd geplaatst. De rode staafjes zijn de besmettingen met de Britse variant. Als je dit model doortrekt naar vandaag, dan zouden die rode staafjes al meer dan 85% van de besmettingen betreffen.

Maar als dit allemaal het geval zou zijn, dan zou op dit moment het aantal besmettingsgevallen per dag al veel hoger moeten zijn. We zien echter nog steeds een dalende trend. Terwijl 4 weken geleden het aantal positieve testen per dag gemiddeld 5500 was, zal deze week het gemiddelde rond de 3500 liggen.

Dit is de grafiek van de voortgang van de kerncijfers in Nederland (bij de gele lijn hebben we gecorrigeerd voor de lagere komst naar de teststraat in de week van 25 januari door het GGD-datalek en de sluiting van de teststraat op 7 februari).

Hoe is dit patroon te rijmen met de angstaanjagende voorspellingen, die we nu al een maand horen, en waardoor de maatregelen half januari nog werden uitgebreid met een avondklok?

De “oplossing” van het RIVM

Laat ik maar meteen komen met de oplossing waarmee het RIVM zal komen om deze problematiek te maskeren:

  • Melden dat de testbereidheid is afgenomen.
  • Aangeven dat de maatregelen (inclusief de Avondklok) goed hebben gewerkt. Met natuurlijk het advies om die te handhaven, want anders kan het toch nog gaan mislopen.
  • En met berekeningen komen rondom de reproductiefactor, die hun stelling t.a.v. de grote derde golf die nog komt, overeind houdt.

Maar het is een zeer gekunstelde uitleg. Om de bevolking in de angsthypnose te houden en ervoor te zorgen dat u geen vraagtekens zet bij hun optredens tot nu toe en bij de maatregelen die verlengd en verzwaard zijn.

Ik zal het bovenstaande via een aantal elementen onderbouwen:

1. In België gaat het met minder harde maatregelen ook goed

België, waar scholen, winkels, musea en zwembaden sinds begin december open zijn, heeft geen echte stijging gekend, en laat ook de laatste twee weken een daling zien. Twee weken geleden waren er 2200 positieve testen per dag en de afgelopen week 1600. (Als dit qua omvang van de bevolking gelijk met Nederland wordt gesteld zijn de cijfers resp. 3400 en 2500 per dag). Ook in België werd in de eerste twee weken van januari de Britse variant aangetroffen en het aandeel daarvan zou inmiddels in de buurt van de 30% liggen.

Kijk wat er vandaag in het Nieuwsblad van Antwerpen staat over de gunstige ontwikkelingen in België.

Waarom zouden onze maatregelen een behoorlijk reducerend effect hebben op het aantal positief getesten als de ontwikkelingen zonder die maatregelen in België ongeveer hetzelfde zijn? (De avondklok begint in Vlaanderen trouwens pas om middernacht).

Pas het model van ons RIVM toe op België en je ziet dat het model niet klopt.

2. De verkeerde wijze waarop de reproductiefactor wordt berekend

Tot 12 juni werd de reproductiefactor in Nederland berekend met behulp van de ziekenhuisopnames. Maar toen de ziekenhuisopnames heel laag werden, ging men over op het aantal positief getesten. Het probleem met die tweede maat is, dat het mede afhankelijk is van de testcapaciteit, de testvoorwaarden (die op 1 december verruimd werden) en bijzondere gebeurtenissen waardoor mensen al dan niet komen. Toen in september het aantal ziekenhuisopnames weer toenam, ging men niet meer over naar de oude berekeningswijze. En dat was/is een slechte beslissing. Via de onderstaande grafiek laat ik het effect zien.

De reproductiefactor is de schatting van het aantal nieuwe besmettingen, die 1 besmet persoon veroorzaakt. Die wordt berekend door het aantal nieuwe gevallen te delen door het aantal oude gevallen van bijna 4 dagen geleden.

  • De gele lijn betreft de berekening op basis van nieuwe ziekenhuisopnames.
  • De blauwe lijn betreft de berekening op basis van nieuwe positieve testen.
  • De paarse lijn is de reproductiefactor zoals die in het laatste rapport van het RIVM stond.

De paarse lijn van het RIVM lijkt veel meer op de blauwe lijn dan de op gele lijn daarboven. O.a. is bij de paarse lijn van het RIVM elke week een klein dalletje te zien precies op de plek waar de verticale grijze streep loopt. Dat komt doordat in het weekend minder mensen zich laten testen dan in de rest van de week. Bij de berekening van de reproductiefactor op basis van 4 dagen verschil zien we dus dat:

  • op een gemiddelde zondag er minder positieve testen zijn dan op een gemiddelde woensdag 4 dagen eerder (dus de reproductiefactor wordt daardoor wat lager).
  • op een gemiddelde donderdag er meer positieve testen zijn dan op een gemiddelde zondag 4 dagen eerder (dus de reproductiefactor wordt daardoor wat hoger).

Ook zien we dat door het lagere aantal testen op 25 en 26 december en in het Nieuwjaarsweekend (van 31 december tot 3 januari) er een aantal diepere dalen te herkennen zijn.

Dit geeft aan dat het beoordelen van het verloop van de reproductiefactor, die geënt is op het aantal positieve testen in plaats van de ziekenhuisopnames, tot verkeerde conclusies kan leiden. Vooral als we ook beseffen dat in de week van de 25e januari het aantal mensen dat zich heeft laten testen door het GGD-datalek naar schatting 20.000 lager werd. Ook het sluiten van de teststraten door het slechte weer was zo’n moment, waardoor het berekenen van de reproductiefactor onzuiver wordt. En vergelijkingen van week tot week ook moeilijk zijn.

Bekijk je de ontwikkeling van de reproductiefactor op basis van de ziekenhuisopnames, dan zie je dat dan de stijgingen minder hoog zijn en de dalingen minder diep. Dat betekent o.a. dat de testbereidheid toeneemt als er meer mensen besmet raken en afneemt als er minder mensen besmet raken. Maar dat verklaart die verschillen tussen de blauw/paarse lijn en de gele lijn slechts voor circa de helft.

Ziekenhuisopnames zijn een betere maat om de ontwikkelingen van het verloop van de besmettingen in Nederland te volgen. Met als nadeel dat ze circa 5 dagen achterlopen op de bepaling van de reproductiefactor op basis van het aantal positieve testen.

Maar dat de reproductiefactor wordt berekend op basis van positieve testen, is wel een makkelijker manier om eigen interpretaties op de cijfers toe te gaan passen: dus als ze stijgen, mede door het verruimen van de testcriteria, vooral dat laatste niet vermelden. En als ze dalen meteen wijzen op het feit dat er minder mensen komen om zich te laten testen.

3. De gekleurde berekeningen met de Britse mutant

Als je de ontwikkelingen van de Britse mutant in Nederland wilt berekenen en voorspellen, zit je met een belangrijk probleem. Je kunt niet per geval vaststellen hoeveel personen iemand, die besmet is met de Britse variant, zelf weer zal besmetten. Daarom kun je je getallen slechts baseren op onderzoek naar het aandeel besmettingen met de Britse variant (via het zogenaamde sequencen, waar het type variant wordt bepaald) en een prognose op basis van aannames van de mate van besmettelijkheid.

Maar als je zonder goede steekproeftrekking de ontwikkelingen bepaalt en in feite de berekeningen baseert op de aannames waar je vanaf het begin van uit bent gegaan, dan krijg je er exact datgene uit wat je er vooraf in hebt gestopt.

Dus als je start met een 5% aandeel van de Britse variant begin januari en een hogere mate van besmetting van 50%, dan zie je een heel ander verloop van de Britse variant in Nederland, dan wanneer je start met een aandeel van 3% van de Britse variant begin januari en met een hogere mate van besmetting van 30%.

Dit was de grafiek die Ernst Kuipers liet zien bij Op1 op 19 januari om te voorspellen hoe de zorgvraag op de IC’s in de tweede helft van maart hoger zou worden dan die in maart/april 2020 was geweest.

Ik heb al meteen aangegeven dat van deze grafiek en de conclusies weinig deugde.  De grijze lijn zou zowel de ontwikkeling van het aantal besmettingen aangeven als de IC-bezetting. We zijn nu op 16 februari. In plaats dat t.o.v. 14 januari het aantal besmettingen is gestegen met 10% zoals de grafiek aangeeft is die gedaald met 40%. En in plaats dat de IC-bezetting van Covid-19 patiënten  is gestegen met 10% is die gedaald met 20%. (Terwijl de grafiek ook nog was gemaakt met de aanname dat de Britse variant pas begin maart dominant zou zijn, terwijl het RIVM stelt dat dit eind januari al gebeurd is!).

Het is dus volkomen evident dat zowel de vaststelling welk deel van de besmettingen tot en met 20 januari echt de Britse variant is, als de mate van besmettelijkheid zijn overschat. Dat zou je dus kunnen erkennen en op basis van de nieuwe cijfers het beeld dat je geschetst hebt, aanpassen evenals de prognoses. Dat zou de Koninklijke weg zijn.

Maar ik sprak iemand die een paar dagen geleden de online presentatie heeft gevolgd, die aan de medici in Nederland is gegeven t.a.v. de ontwikkeling van de Britse variant en de verwachting van de (enorme) “zorg-druk” in de loop van maart. Daaruit valt op te maken dat het RIVM niet terugkomt op de cijfers en prognoses, maar met oogkleppen op de verkeerde weg, die ingeslagen was, zal blijven volgen.

De afgelopen twee weken heeft het RIVM in haar rapportage al een voorproefje gegeven van hoe ze gaan handelen.

Twee weken geleden werd gezegd dat de reproductiefactor op 15 januari voor heel Nederland 0,97 was. Die van de Britse variant werd op 1,27 bepaald en de oude varianten op 0,86. De Britse variant had dus een 48% hogere reproductiefactor. (Niet bepaald op basis van feitelijke vaststellingen, maar volledig op basis van de aannames in het model).

De week daarop was de reproductiefactor voor heel Nederland 0,91. Een daling van 0,06 ten opzichte van de week ervoor. Ironisch genoeg komt deze daling geheel op het conto van de lagere testbereidheid van de week van 25 januari, door het bekend geworden GGD-datalek, zoals ik hierboven al beschreef. Kijk je naar de reproductiefactor op basis van de ziekenhuisopnames, dan zie je de daling rond die tijd namelijk helemaal niet terug.

Het RIVM gaf destijds aan dat de Britse variant een reproductiefactor had van 1,13 (was de week ervoor 1,27) en de oude varianten van 0,80 (was de week ervoor 0,86). Nu was de Britse variant 41% besmettelijker (de week ervoor 48%).

Maar ook deze cijfers zijn niet gebaseerd op feitelijke vaststellingen, maar komen volledig voort van uit het model dat men hanteerde t.a.v. de verspreiding van de Britse variant. Als bijvoorbeeld in dat model had gestaan dat de Britse variant 30% besmettelijker was geweest, dan zou de reproductiefactor van de Britse variant op 1,08 bepaald zijn. Terwijl de waarde van 0,80 voor de reproductiefactor van de oude varianten heel onwaarschijnlijk is, omdat die oude varianten in de afgelopen 8 maanden nooit zo een lage reproductiefactor hadden toen die oude varianten er nog alleen waren zonder hun “Britse neefje”.

Maar wat zal er nu vanmiddag gebeuren bij de berekeningen van de reproductiefactor?

Allereerst wordt de reproductiefactor hoger dan die 0,91. Want het effect van het minder testen door het GGD-datalek werd de week erna gecompenseerd. Dus ik schat dat die reproductiefactor in de richting van de 1 gaat kruipen. Waarschijnlijk ergens tussen 0,95 en 0,98 komt te liggen. Laten we eens zeggen 0,97.

Vervolgens moeten ze aan de slag met de Britse variant. Omdat volgens hun model de Britse variant eind januari/begin februari zeker de helft van de besmettingen uitmaakte, zal de reproductiefactor van de Britse variant ongeveer net zoveel hoger zijn dan die 0,97, als de oude variant lager. Bij een extra besmettingswaarde van 40% zal de Britse variant op 1,14 uitkomen en de oude variant 0,79. Vrijwel dezelfde waardes als de vorige week.

En dat is voor het RIVM een prima uitkomst, om nogmaals te laten zien hoe goed hun model is en hoe dreigend toch nog de Britse variant zal zijn. Wellicht doen ze wel al een kleine concessie. Door de mate van besmettelijkheid van de Britse variant te downgraden naar 30%. Dan krijgen we een wat lagere reproductiefactor van de Britse variant (1,09) en een wat hogere voor de oudere varianten (0,84).

4. Maar we zijn al ruim 2 weken verder

De reproductiefactor, die berekend wordt, betreft 29 januari. In werkelijkheid zijn we nu alweer 18 dagen verder en weten we al meer over de vastgestelde aantallen besmettingen. En alle cruciale cijfers dalen nog. Terwijl als die reproductiefactoren van 29 januari op dat niveau waren doorgezet met een stijgend aandeel van de Britse variant, dan zouden we nu al duidelijke stijgingen gemerkt moeten hebben. Volgens de prognoses zou immers nu al meer dan 80% van de besmettingen de Britse variant betreffen.

Er zijn maar twee manieren voor het RIVM om die op dit moment weg te verklaren:

  • Ze zullen zeggen dat de testbereidheid minder is geworden/de teststraten waren gesloten. (Wat het tweede betreft. De gele lijn in de eerste grafiek van het aantal positieve testen is berekend mede op basis van correcties op het sluiten van de teststraat). Besef trouwens ook dat bij de cijfers die het RIVM vandaag meldt, het gesloten zijn van de teststraten gisterenochtend, maar heel beperkte invloed heeft. De echte cijfers van het aantal uitgevoerde testen op maandag, komen pas op woensdag in de landelijke cijfers terug.)
  • Ze zullen zeggen dat de maatregelen, die er genomen zijn, en zeker ook de avondklok, werken. (Want dat is iets dat je altijd uit je model kunt halen: gaan de cijfers omhoog, dan ligt het aan het gedrag van de mensen en/of de Britse variant. Maar dankzij de maatregelen niet zo scherp omhoog als verwacht. Gaan de cijfers omlaag dan is dat te danken aan de maatregelen).  Klein probleempje t.a.v. deze conclusie is dat ook in België de cijfers dalen met minder harde maatregelen. Maar daar wordt gewoon niet naar gekeken, want ook t.a.v. te nemen maatregelen, zoals ventilatie, dat in België wel hoog op de agenda is gekomen, doen we alsof in ons land het virus zich anders gedraagt dan in andere landen.

Ik denk dat we ook nog een toetje krijgen van het RIVM. Namelijk dat de Zuid-Afrikaanse variant ook hand-over-hand toeneemt in Nederland met alle gevolgen van dien.

Ten slotte

Ik hoop dat ik het mis heb en het RIVM wel erkent dat ze een veel te somber beeld hebben gegeven t.a.v. de gevolgen van de Britse mutant. En dat we dus wel maatregelen kunnen afschalen, minimaal tot het niveau van België. Maar de kans daarop acht ik klein. Want het RIVM/OMT heeft een stevige greep op de regering, de politiek en de media. En daarmee ook op een groot deel van de bevolking. Af en toe zien we wel reportages van de enorme nevenschade, die werd en wordt aangericht door de maatregelen, maar die komen bij veel mensen niet echt binnen door de angst die er heerst voor Covid-19. Een angstgevoel dat bij uitstek bespeeld wordt door het RIVM en de OMT-leden. En niet aan de kaak wordt gesteld in de media, maar juist wordt uitvergroot. En zo blijven we als volk gevangenen van het RIVM en het OMT.

Help ons om de RIVM en de overheid aan de tand te blijven voelen met een kleine bijdrage.

The post Zo gaat vanmiddag het RIVM met de cijfers aan de haal appeared first on Maurice de Hond.

Read More Maurice de Hond

Deel deze pagina...